Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank op 14 maart 2024 gestelde termijn heeft beslist op haar bezwaren. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat de eerdere uitspraak een termijn stelde waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere lijn van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij een beslistermijn van zestig weken na ontvangst van het bezwaarschrift wordt gehanteerd. In dit geval is die termijn verstreken, waardoor verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 december 2024.