Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 17 juli 2024 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft besloten en verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op grond van de jurisprudentie van deze rechtbank geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na ontvangst van het bezwaarschrift, maar deze termijn is inmiddels verstreken.
Daarom moet verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 bij overschrijding van deze termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.