Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een termijn had gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, conform artikel 8:55d van de Awb.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom opgelegd van €250 per dag met een maximum van €37.500,-, conform het landelijke beleid. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een beslistermijn van zestig weken is vastgesteld, maar constateert dat deze termijn inmiddels is verstreken, waardoor de kortere termijn van twee weken geldt.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 10 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.