Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank die verweerder een beslistermijn van zes weken oplegde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, aansluitend bij de jurisprudentiële lijn dat in dergelijke zaken een termijn van zestig weken geldt, tenzij deze al is verstreken.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 20 maart 2025 door rechter S.A.M.L. van de Sande.