ECLI:NL:RBZWB:2025:2229
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet en beroep gegrond wegens niet-tijdige beslissing kinderopvangtoeslag, oplegging dwangsom en proceskostenvergoeding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzet van opposante tegen de uitspraak van 30 april 2024, waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een vermeende niet-rechtsgeldige ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat opposante wel degelijk rechtsgeldig ingebreke heeft gesteld op 25 januari 2024, waardoor het verzet gegrond is en de eerdere uitspraak vervalt.
Vervolgens beoordeelde de rechtbank het beroep over het niet tijdig beslissen op de aanvraag van opposante van 21 december 2022 voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was overschreden en dat de Dienst Toeslagen verplicht is binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging te verzenden, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijnen. Het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom werd afgewezen omdat de reeds vastgestelde dwangsom van €1.442 correct was. Tot slot werd de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €731,25 aan opposante.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet en beroep gegrond, legt termijnen en een dwangsom op en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.