Eiseres diende op 23 januari 2024 een aanvraag in bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Na ingebrekestelling op 30 januari 2025 bleef een besluit uit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Op grond van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht moet verweerder binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog beslissen, maar de rechtbank acht een langere termijn van negen weken redelijk vanwege het grote aantal aanvragen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder moet tevens het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 april 2025.