Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers
De minister van Infrastructuur en Waterstaat (24/1529)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (24/3343)
Samenvatting
Procesverloop
- Taxatierapport [plaats 3] , bijlage 2 bij document 006 in binder 1;
- Taxatierapport, document 005 in binder 2.
- de gemachtigden van eisers
- voor de minister IW: mr. F.S. de Waal, juridisch adviseur
- voor de minister BZK: mr. drs. H.D. Bijvanck, juridisch medewerker, en [persoon 3] , registertaxateur
- derde partijen in persoon. [persoon 1] wordt vergezeld door [persoon 4] , zijn zoon, en [persoon 2] wordt vergezeld door [persoon 5] , zijn zoon.
Beoordeling door de rechtbank
- Artikel 5.1, eerste lid aanhef en onder e van de Woo. Nationale identificatienummers zijn weggelaten.
- Artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder b van de Woo. De minister hoeft geen informatie openbaar te maken als de financiële belangen van de Staat of andere publiekrechtelijke lichamen zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid.
- Artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder i van de Woo. De minister hoeft geen informatie openbaar te maken als dit het belang van het goed functioneren van de overheid schaadt en dit zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
- Artikel 5.2, eerste lid van de Woo. De minister maakt geen persoonlijke beleidsopvattingen, waaronder ambtelijke adviezen, meningen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad openbaar.
- Artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder b van de Woo. De minister hoeft geen informatie openbaar te maken als de financiële belangen van de Staat of andere publiekrechtelijke lichamen zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid.
- Artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder e van de Woo. De minister maakt geen informatie openbaar als dit de persoonlijke levenssfeer schaadt en dat zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
Beslissing
binnen zes wekenna verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;