Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de burgemeester van Breda tot sluiting van twee bedrijfspanden waar handelshoeveelheden harddrugs werden aangetroffen. De panden werden op 13 juli 2023 voor zes maanden gesloten vanwege de aanwezigheid van xtc-pillen en cocaïne, alsmede goederen die verband houden met drugshandel.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, aangezien de aangetroffen hoeveelheden drugs ruim boven de grens voor handelshoeveelheid lagen. Eisers konden niet aannemelijk maken dat de goederen voor andere doeleinden waren bestemd en betwistten de juistheid van de bestuurlijke rapportages onvoldoende.
De rechtbank overweegt dat de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenredig is. De burgemeester heeft een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van het herstel van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van eisers. Het feit dat eisers niet als overtreder worden aangemerkt, doet niet af aan de rechtmatigheid van de sluiting, omdat van hen meer toezicht op de panden mocht worden verwacht.
De rechtbank concludeert dat eisers procesbelang hebben, gelet op de geleden financiële schade, maar verklaart de beroepen ongegrond. De besluiten tot sluiting blijven in stand en eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.