ECLI:NL:RVS:2022:3906
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting garage wegens betrokkenheid bij productie harddrugs en wapenbezit
De burgemeester van Eindhoven heeft bij besluit van 23 juni 2020 de garage van appellanten voor twaalf maanden gesloten vanwege de aanwezigheid van methylamine, een revolver en munitie, en het vermoeden van handel in harddrugs en witwassen. Appellanten voerden aan dat de methylamine verdund was en bedoeld voor meubelreiniging en dat het wapen en de witwasvermoedens onterecht waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b en 10a van de Opiumwet, omdat de situatie duidde op voorbereidingshandelingen voor harddrugsproductie. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat methylamine een giftige stof is die doorgaans wordt gebruikt voor de productie van synthetische drugs. De aanwezigheid van een wapen en het eerdere drugsvondst in de woning versterken het vermoeden.
De noodzaak van de sluiting werd onderbouwd door de ernst van de overtreding en het feit dat een minder ingrijpende maatregel onvoldoende was. De evenredigheidstoets wees uit dat de sluiting niet onevenredig was, ook niet gezien de aanwezigheid van kinderen en de werkzaamheden in de garage, die onvoldoende waren onderbouwd. De sluiting van een garage is minder ingrijpend dan die van een woning en dient tevens als signaal tegen drugscriminaliteit.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de garage voor twaalf maanden wegens betrokkenheid bij harddrugsproductie en wapenbezit.