Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn
- de spreekaantekeningen van [de werknemer] ;
- de spreekaantekeningen van [de werkgever] .
2.De feiten
De werknemer zal zonder toestemming van de werkgever gedurende de duur van deze arbeidsovereenkomst en binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van deze arbeidsovereenkomst niet in welke vorm dan ook een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van [de werkgever] vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook in of daarvoor op welk wijze dan ook werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking bij concurrenten en/of cliënten die de werkgever in zijn verkooppakket heeft opgenomen of redelijkerwijs als concurrerend beoordeelt, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook hebben, dat op verbeurde van een direct opeisbare boete van € 5.000,-- per gebeurtenis en tevens € 500,-- voor iedere dag, dat hij/zij in overtreding is, te betalen aan [de werkgever] , onverminderd het recht van [de werkgever] om volledige schadevergoeding te vorderen van de werknemer. In afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 BW zal deze boete aan de werkgever ten goede komen.”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De proceskosten
€ 814,00