Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2025 in de zaak tussen
de burgemeester van de gemeente Breda, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
geschiktheidvan de woningsluiting, maar dat het tijdsverloop ook moet worden meegewogen in het kader van de
noodzaakvan de maatregel. [9] Gegeven de beperkte noodzaak om tot woningsluiting over te gaan, samengenomen met wat hierna wordt overwogen in het kader van de evenwichtigheid en de rol van eiser, heeft de burgemeester onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval sluiting na het aanzienlijke tijdsverloop van elf maanden nog opportuun was. Daarbij merkt de rechtbank in navolging van de recente ABRvS-overzichtsuitspraak op dat niet relevant is aan wie het tijdsverloop is te wijten.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- draagt de burgemeester op het griffierecht aan eiser te vergoeden tot een bedrag van € 187,-;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van eiser tot een bedrag van