Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 6 november 2024 verweerder een termijn had gesteld om te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €250 per dag met een maximum van €37.500,-, conform het landelijke beleid voor dergelijke situaties. Verweerder moet tevens het griffierecht van €53,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 augustus 2025.