Eiser, voormalig technisch commercieel medewerker, is sinds november 2021 arbeidsongeschikt vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde zijn mate van arbeidsongeschiktheid vast op 55,70%, later verhoogd naar 61,61% na bezwaar. Eiser betwist deze vaststelling en voert onder meer bedlegerigheid en onderschatting van beperkingen aan.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en concludeerde dat eiser niet voldoet aan de criteria voor bedlegerigheid volgens de richtlijn OPSF. De psychische en fysieke beperkingen zijn adequaat meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige stelde passende functies vast die aansluiten bij de belastbaarheid en opleiding van eiser.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, omdat de medische beoordeling en de vastgestelde functies passend zijn en de mate van arbeidsongeschiktheid van 61,61% juist is vastgesteld. Ook de stelling dat werkhervatting tot excessief ziekteverzuim leidt, werd niet aannemelijk geacht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.