ECLI:NL:RBZWB:2025:8230
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van eiser tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) over de afwijzing van zijn aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ heeft op 7 mei 2024 de aanvraag van eiser, die op 29 maart 2024 was ingediend, afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt, maar het CIZ heeft dit bezwaar ongegrond verklaard in een besluit van 10 september 2024. De rechtbank heeft de zaak op 29 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn moeder en een gemachtigde. Eiser, geboren in 2005, heeft een autisme spectrum stoornis en een verstandelijke beperking. De rechtbank heeft vastgesteld dat het CIZ onvoldoende heeft onderbouwd dat er bij eiser geen blijvende behoefte aan 24-uurszorg is. De rechtbank concludeert dat het CIZ alle beschikbare informatie heeft betrokken, maar dat er onvoldoende bewijs is dat eiser permanent toezicht of 24-uurszorg nodig heeft. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar het CIZ moet wel het griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiser.