Eiseres heeft op 20 november 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiseres heeft verweerder op 22 november 2024 ingebreke gesteld, waarna de rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen stelt de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van deze uitspraak vast. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €51 en proceskosten van €453,50 aan eiseres. De rechtbank volgt het landelijke beleid en wijkt niet af van de standaard dwangsom en wegingsfactor voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 februari 2025.