In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres, een inwoner van Middelburg, heeft ingesteld tegen de Dienst Toeslagen. Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag om aanvullende compensatie voor werkelijke schade, zoals voorgeschreven door de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank heeft eerder, op 10 maart 2025, bepaald dat verweerder binnen tien weken op deze aanvraag moest beslissen. Aangezien verweerder deze termijn heeft overschreden, is het beroep kennelijk gegrond verklaard zonder zitting, conform artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft vastgesteld dat de wettelijke beslistermijn op 27 december 2024 is verstreken en dat verweerder uiterlijk op 20 februari 2026 een besluit moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft recht op vergoeding van het griffierecht en proceskosten, die door verweerder moeten worden betaald. De rechtbank heeft de uitspraak openbaar gemaakt op 23 december 2025.