Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
“Het contract is maandje uitgesteld. komt per 1-9. Tot dan gewoon in oude regeling door. Iedereen was met vakantie en komt niet op een maand hè”[verzoekster] reageert daarop met:
“Oke is goed (…)”
4.Het verzoek en het verweer
indien geoordeeld wordt dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, dat [verweerster] wordt veroordeeld tot betaling van:
dat [verweerster] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.832,56;
5.De beoordeling
uitlegfaseis ruimte voor de partijbedoelingen en kan de maatschappelijke positie van partijen een rol spelen. Daarna, in de
kwalificatiefase, moet worden beoordeeld of de overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst. Daarbij is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Als de tussen partijen overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt.
- [verweerster] heeft met [verzoekster] geen evaluatie- of functioneringsgesprekken gevoerd. Over behandelingen van [verzoekster] zijn door een aantal patiënten wel klachten ingediend bij [verweerster] en die patiënten wilden niet meer behandeld worden door [verweerster] . Die conflicten heeft [verweerster] opgelost met de ouders door die patiënten niet meer bij [verzoekster] in te plannen. Niet gesteld of gebleken is dat [verweerster] [verzoekster] daarvoor ter verantwoording heeft geroepen. Verder is niet gesteld of gebleken dat [verzoekster] verplicht was deel te nemen aan bedrijfstrainingen.
- [verzoekster] diende het verloop van de behandeling te registreren in het systeem van [verweerster] . Dit omdat [verweerster] een contract had met de zorgverzekeraar die [verweerster] betaalt voor elke uitgevoerde behandeling. Gebruik van het e-mailadres van het kantoor van [verweerster] ligt gezien dat contract van [verweerster] met de zorgverzekeraar ook voor de hand. Het feit dat [verzoekster] eerder een kerstpakket heeft ontvangen is verder een onvoldoende aanwijzing van inbedding van [verzoekster] in de organisatie. Te meer omdat [verweerster] onweersproken heeft gesteld dat zij iedereen in haar omgeving een kerstpakket had gegeven.
Contract is maandje uitgesteld, komt per 1-9 (…)”en [verzoekster] reageert “
Oke is goed”niet kan worden afgeleid dat [verzoekster] akkoord was met een overeenkomst van opdracht tot 1 september 2025. [verzoekster] ging ervan uit dat zij vanaf 1 september 2025 bij [verweerster] in loondienst zou werken. De kantonrechter volgt [verzoekster] verder niet in de stelling dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht voor onbepaalde tijd omdat de overeenkomst wordt geacht per 1 juli 2025 onder dezelfde voorwaarden te zijn voortgezet. Dat betekent dat de overeenkomst per 1 juli 2025 voor eenzelfde duur van een jaar is voortgezet.