ECLI:NL:RBZWB:2026:182
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing kansspelbelasting over bonussen bij online kansspelen
Belanghebbende, een Belgische besloten vennootschap met een vergunning voor het organiseren van online kansspelen, betwist de heffing van kansspelbelasting over de bonussen die zij aan haar spelers verstrekt. Zij stelt dat deze bonussen niet of slechts beperkt tot de grondslag van de kansspelbelasting behoren en dat de heffing in strijd is met diverse rechtsbeginselen en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank stelt vast dat de bezwaren tegen de tijdvakken oktober en november 2021 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard vanwege termijnoverschrijding. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de bonussen als inzet moeten worden beschouwd en dus behoren tot het bruto spelresultaat waarover kansspelbelasting wordt geheven. Dit volgt uit de wet, de memorie van toelichting en het doel van de wetgever om prikkels voor onbeperkte bonusverstrekking te voorkomen.
De rechtbank wijst het beroep af en overweegt dat toetsing aan algemene rechtsbeginselen niet mogelijk is vanwege het toetsingsverbod. Ook is geen sprake van schending van artikel 1 EP Pro, omdat de heffing een legitiem algemeen belang dient en niet leidt tot een individuele en buitensporige last. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van kansspelbelasting, griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat bonussen terecht worden meegerekend bij de grondslag van de kansspelbelasting.