ECLI:NL:RBZWB:2026:183
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing kansspelbelasting over bonussen bij online kansspelen
Belanghebbende, een Belgische vennootschap met vergunning voor online kansspelen, betwistte de heffing van kansspelbelasting over de bonussen die zij aan spelers verstrekt. Zij stelde dat bonussen niet of slechts beperkt tot het bruto spelresultaat behoren en dat de heffing in strijd is met het wezen van de kansspelbelasting en diverse rechtsbeginselen.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever expliciet heeft bepaald dat bonussen als inzet moeten worden beschouwd en dus tot de grondslag van de kansspelbelasting behoren. Dit is bedoeld om te voorkomen dat vergunninghouders onbeperkt bonussen verstrekken. De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende dat de heffing onredelijk is en in strijd met het legaliteitsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank benadrukte dat zij geen toetsing aan de wet in formele zin mag verrichten, tenzij bijzondere omstandigheden niet zijn verdisconteerd. Belanghebbende kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een uitzondering rechtvaardigen. Ook was geen sprake van een individuele en buitensporige last. De heffing werd daarom als rechtmatig en proportioneel beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de vastgestelde kansspelbelasting, waarbij belanghebbende geen recht had op teruggaaf, griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat bonussen terecht worden meegerekend bij het bruto spelresultaat en verklaart het beroep ongegrond.