Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd op 15 oktober 2025 ontvangen, en ondanks ingebrekestelling op 11 december 2025, bleef het besluit uit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Het UWV gaf aan dat capaciteitsgebrek bij verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt, en verzocht om een beslistermijn van 40 weken. De rechtbank vindt een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing mogelijk te maken, maar wijst het verzoek tot een langere termijn af.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 maart 2026.