Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Belanghebbende is belastingplichtig voor de inkomstenbelasting; - Belanghebbende is bestuurder en direct dan wel indirect via hemzelf dan wel zijn partner aandeelhouder geweest van:
- Belanghebbende heeft met de hiervoor genoemde BV's via een rekening courant een schuld aan deze BV's;
- Belanghebbende moet hebben geweten dat hij forse bedragen opnam via de rekening courant;
- Belanghebbende heeft over de jaren 2012 t-m 2015 €1.006.486,74 aan liquide middelen onttrokken aan de betreffende BV's;
- Uit het onderzoek bij [bedrijf 12] B.V. is gebleken dat belanghebbende in het jaar 2016 tenminste 255.652 euro heeft onttrokken aan deze vennootschap;
- Belanghebbende heeft in de jaren 2012 tot en met 2016 een aanzienlijk lager bedrag aan zichzelf als nettoloon toegekend betreffende de BV's waar hij in dienst was en waaraan hij was gelieerd
- Belanghebbende heeft voor zijn levensonderhoud alleen inkomsten vanuit de BV's;
- Belanghebbende kan uitgaande van de netto ontvangen lonen zich niet in zijn levensbehoefte voorzien (o.a. hypotheek, opgroeiende kinderen, woonlasten, boodschappen, kleding, etc);
- Belanghebbende wist dan ook dat hij meer liquide middelen nodig had dan dat hij op papier via de BV's als netto loon genoot;
- Belanghebbende heeft om in zijn levensbehoefte te kunnen voorzien dan ook bewust geld via de rekening courant van de BV's onttrokken;
- Belanghebbende heeft door listigheid en bedrog de toename van de rekening courant schulden weten te verbloemen door oneigenlijke 'alternatieve' crediteringen op te voeren via de rekening courant. Ik verwijs hiervoor naar de inhoud van hoofdstuk 3.1 en 3.2 van dit rapport;
- Belanghebbende heeft dan ook bewust gelden via de rekening courant uit de BV's onttrokken met de intentie deze niet als schuld te erkennen door onjuiste crediteringen op te voeren en zodoende de gelden onbelast zich toe te eigenen;
- De werkzaamheden die werden verricht via deze BV's bestonden uit het persoonlijk arbeid van belanghebbende zelf waarbij het juist ging om zijn expertise op zijn vakgebied;
- Gelet op de werkzaamheden en de expertise die belanghebbende bezit is het gebruikelijk loon hoger dan het minimale bedrag zoals deze in de wet is vastgesteld;
- Belanghebbende weet dat hij meer gelden uit de BV's zich heeft toegeëigend dan zijn toegekende loon;
- Belanghebbende weet dat hij de onttrokken gelden zover ze het netto loon overstijgen niet als loon dan wel als een dividend uitkering heeft verantwoord;
- Belanghebbende weet dat hij zich vanuit de BV's meer geld heeft ontvangen dan dat hij op papier aan loon heeft ontvangen van deze BV's. Daarbij heeft belanghebbende door listigheid en bedrog de rekening courant boekingen gemanipuleerd om zodoende het onttrokken geld uit de BV's zich onbelast toe te eigenen;
- Belanghebbende weet dat hij het onttrokken geld uit de BV's niet als loon dan wel als een dividend uitkering of anderszins heeft aangegeven in zijn aangiften inkomstenbelasting;
- Het verschil ten opzichte van zijn op papier ontvangen loon is dermate groot dat belanghebbende moet hebben geweten dat de aangiften zoals hij deze indiende niet juist konden zijn;
- Door de handelswijze van belanghebbende heeft hij door opzet de aangifte inkomstenbelasting niet juist ingediend;
- Belanghebbende heeft bewust onjuiste aangiften ingediend. De vergrijpboete wegens opzet bedraagt 50%. De grondslag van de boete is het bedrag van de aanslag wat is toe te rekenen aan de correctie.”
Motivering
- de inspecteur een aantal onttrekkingen uit de vennootschappen ten onrechte heeft gerekend tot het loon, aangezien die bedragen ter dekking van onkosten of als pensioenuitkering uit de vennootschappen zijn opgenomen;
- de inspecteur een te hoog bedrag aan bijtelling voor de jaren 2015 en 2016 in aanmerking heeft genomen;
- er in 2015 geen vrijval van de pensioenverplichting heeft plaatsgevonden omdat in eerdere jaren de pensioenvoorziening al is prijsgegeven door onttrekkingen uit [bedrijf 1] BV die zijn te relateren aan de gevormde pensioenvoorziening;
- de inspecteur niet alle wettelijke regels omtrent de vaststelling van revisierente heeft nageleefd door geen revisierente in rekening te brengen, zodat sprake is van een nietigbaar besluit tot afkoop;
- de waarde van de vrijgevallen pensioenvoorziening ten onrechte niet is bepaald op de koopsom die men voor de aanspraak zou moeten storten bij een verzekeringsmaatschappij (artikel 3.12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011);
- in 2015 ten onrechte geen aanvullend verlies uit aanmerkelijk belang van € 126.637 in aanmerking is genomen. Bij afkoop van een pensioenvoorziening, waarbij de pensioenpenningen schuldig blijven, is sprake van een informele kapitaalstorting die de verkrijgingsprijs van de aandelen van belanghebbende in [bedrijf 1] BV verhoogt;
- de inspecteur ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het gezamenlijk verzoek van hem en zijn echtgenote tot herverdeling van de hypotheekrenteaftrek voor de jaren 2014 en 2015.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer 23/1893 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen met zaaknummer 22/1764 en 22/2096 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers 23/1899, 23/1890, 23/1891, 23/1892 en 22/5536 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de boete bij de aanslag IB/PVV 2013 en op de aanslagen IB/PVV 2014, 2015 en 2016 en de bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen;
- laat de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de aanslag IB/PVV 2013 en de bijbehorende belastingrentebeschikking in stand;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2013 tot € 48.800;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2014 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 156.583 en vermindert de bijbehorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2014 tot € 37.600;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 388.853 en vermindert de bijbehorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2015 tot € 52.000;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 250.185 en vermindert de bijbehorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2016 tot € 44.000;
- verhoogt de beschikking belastingkorting over het jaar 2018 tot € 8.825;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 2.642;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 358;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van in totaal € 100 aan belanghebbende moet vergoeden.