ECLI:NL:RBZWB:2026:2397
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom en invordering wegens illegale bouwwerken op natuurgrond
Eisers zijn eigenaar van een perceel met drie bouwwerken die zonder omgevingsvergunning zijn geplaatst op grond met de bestemming 'Natuur'. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd en deze dwangsom ingevorderd nadat de bouwwerken niet waren verwijderd.
Eisers voerden aan dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie vanwege een civielrechtelijke koopovereenkomst waarin een toekomstige bestemmingswijziging naar 'Wonen' was afgesproken. De rechtbank oordeelt echter dat deze afspraak niet betekent dat vooruitlopend op de herziening van het bestemmingsplan bouwwerken zonder vergunning mogen worden geplaatst. Er was bovendien nog geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
De rechtbank stelt vast dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat het opleggen en invorderen van de dwangsom op goede gronden is gebeurd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die invordering in de weg staan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de last onder dwangsom en invordering blijven in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en de invordering wordt ongegrond verklaard en de dwangsom blijft in stand.