Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen
Transito Investments B.V., uit [plaats] , eiseres
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ten tweede heeft de minister niet toegelicht waarom handhavend optreden noodzakelijk is als het gaat om een niet-riviergebonden activiteit die (voldoende) wordt gecompenseerd. De minister stelt namelijk alleen dat compensatie geen bijzondere omstandigheid kan zijn om af te zien van handhavend optreden, omdat uit de Beleidsregels grote rivieren (Bgr) volgt dat compensatie alleen aan de orde is als sprake is van een riviergebonden activiteit.
Ten derde heeft eiseres van de minister een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een carport op dezelfde locatie. Hoewel dit om een kleiner bouwwerk gaat met een andere uitvoering, dient de impact van dit door de minister vergunde bouwwerk wel als uitgangspositie te worden genomen bij de beoordeling of een minder ingrijpend middel zou kunnen volstaan om het doel te bereiken dat met handhavend optreden wordt nagestreefd.
Dit neemt echter niet weg dat de vergunde carport als uitgangspositie moet worden genomen bij de beoordeling of handhavend optreden geschikt is én of met een minder ingrijpend middel zou kunnen worden volstaan om het doel te bereiken dat met handhavend optreden wordt nagestreefd. In de herstelpoging is de minister niet ingegaan op de vraag hoe de situatie op grond van de omgevingsvergunning voor de carport zich verhoudt tot het handhavingstraject. Eiser heeft daarom in dit verband terecht opgemerkt dat de minister in de herstelpoging niet duidelijk heeft gemaakt op welke wijze de minister de legale situatie heeft betrokken in zijn beoordeling. Deze legale situatie speelt naar oordeel van de rechtbank ook een rol bij de belangenafweging van de minister bij de beantwoording van de vraag of handhavend optreden noodzakelijk is om precedentwerking te voorkomen én om burgers gelijk te behandelen. Deze concrete situatie is namelijk juist uniek door het bestaan van de door de minister verleende omgevingsvergunning voor de carport. Van precedentwerking en gelijke gevallen is daardoor alleen sprake als in een ander geval ook een omgevingsvergunning door de minister is verleend. Om deze reden komt het bestreden besluit dus voor vernietiging in aanmerking.