Eiser heeft in april 2022 een Wajong-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen wegens arbeidsvermogen. Een bezwaar tegen deze beslissing werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening, en er is geen beroep ingesteld. In april 2023 diende eiser een nieuwe aanvraag in, waarop het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit. De rechtbank beoordeelt of deze weigering terecht is.
De rechtbank stelt vast dat de meeste medische stukken die eiser overlegt, reeds bij de eerste aanvraag zijn ingediend en dus geen nieuwe feiten vormen. De enkele nieuwe brief van een werkgeversadviseur bevat geen medische informatie en is onvoldoende om het besluit te herzien. Het UWV heeft het verzoek om herziening dan ook terecht afgewezen.
Eisers voerden aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat een fysiek spreekuur ontbrak, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet leidt tot onredelijkheid van het besluit. Ook de gestelde verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en de onvolledigheid van rapportages bieden geen grond voor herziening.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.