ECLI:NL:RVS:2002:AD9040
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens ten onrechte geweigerde invoervergunning voor schildpadden
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens het ten onrechte weigeren van een vergunning voor het invoeren van 500 Vierteenlandschildpadden uit Rusland. De minister erkende dat het besluit tot weigering onjuist was omdat de juiste Europese verordening van toepassing was.
Appellant stelde dat hij schade had geleden doordat hij een koopovereenkomst niet kon nakomen, omdat de leverancier de dieren niet langer kosteloos in bewaring wilde houden. Hij had uiteindelijk van de koop afgezien en eiste vergoeding van gederfde winst op basis van een abstracte schadeberekening.
De rechtbank oordeelde dat de schade niet uitsluitend door de geweigerde vergunning was veroorzaakt, maar vooral doordat appellant de dieren voortijdig aan een derde had verkocht en niet tijdig actie had ondernomen om de minister te bewegen het besluit te herzien of een voorlopige voorziening te vragen.
De Raad van State onderschreef dit oordeel en benadrukte dat appellant als professionele handelaar geacht wordt op de hoogte te zijn van de regelgeving en beschikbare rechtsmiddelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.