ECLI:NL:RVS:2023:3376
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- E.A. Minderhoud
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak schadevergoeding wegens onrechtmatige last onder dwangsom Goirle
De zaak betreft een geschil over een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Goirle oplegde aan de eigenaar van een perceel met woning en bijgebouwen, waarin het gebruik voor bedrijfsmatige werkzaamheden aan motorvoertuigen werd verboden. De last werd later ingetrokken, waarna de eigenaar een verzoek om schadevergoeding indiende wegens materiële en immateriële schade.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1.733,58, bestaande uit waardeverlies van een hefbrug minus een vergoeding voor oud ijzer, en wees overige schadeclaims af, waaronder voor diagnoseapparatuur en immateriële schade. De rechtbank oordeelde dat de eigenaar onvoldoende had voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht, onder meer door geen verzoek tot voorlopige voorziening in te dienen en door het vernietigen van apparatuur die hij had kunnen bewaren.
In hoger beroep betoogde de eigenaar dat de rechtbank ten onrechte de schadebeperkingsplicht streng interpreteerde en dat de immateriële schade wel toewijsbaar was. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, bevestigde het oordeel over de schadebeperkingsplicht en de afwijzing van immateriële schadevergoeding en verklaarde het incidenteel hoger beroep van het college vervallen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een schadevergoeding van €1.733,58.