ECLI:NL:RVS:2006:AZ4833
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- Ch.W. Mouton
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang wegens verontreiniging oppervlaktewater
Appellant werd geconfronteerd met bestuursdwang door het Hoogheemraadschap Rijnland vanwege een verontreiniging van een poldersloot nabij zijn perceel te Aalsmeer. Op 28 april 2004 was een vat met blauwe vloeistof lekgestoken, waarna de vloeistof via een straatkolk in de sloot terechtkwam. Verweerder nam spoedeisende maatregelen, waaronder afdamming en sanering, en stelde de kosten hiervan op appellant te verhalen.
Appellant voerde aan niet bewust de verontreiniging te hebben veroorzaakt en betwistte de spoedeisendheid van de bestuursdwang. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant als huurder van het perceel als overtreder moest worden aangemerkt, ongeacht zijn bewustzijn van de verspreiding van de vloeistof. De spoedeisendheid van de bestuursdwang werd bevestigd, evenals de rechtmatigheid van het kostenverhaal.
Verder stelde appellant dat verweerder niet tijdig schriftelijk had gehandeld en dat de kosten onredelijk hoog waren. De Raad van State verwierp deze bezwaren, aangezien verweerder tijdig schriftelijk had bevestigd en de kostenstijging het gevolg was van de omvang en complexiteit van de sanering. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenverhaal van bestuursdwang wegens verontreiniging oppervlaktewater wordt ongegrond verklaard.