ECLI:NL:RVS:2008:BD3194
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat nieuw besluit vreemdelingenrecht geen besluit van gelijke strekking is
De vreemdeling heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met verschillende doeleinden, telkens afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na eerdere afwijzingen en een niet-ontvankelijk verklaard beroep, werd op 14 september 2007 opnieuw een aanvraag afgewezen.
De rechtbank had geoordeeld dat het besluit van 14 september 2007 een besluit van gelijke strekking was, waardoor toetsing beperkt bleef tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat het besluit van 14 september 2007 op grond van het derde lid van artikel 3.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 is genomen, wat een andere beoordeling vereist dan de eerdere besluiten die op het eerste lid waren gebaseerd.
Daarom is het besluit van 14 september 2007 geen besluit van gelijke strekking en had de rechtbank het volledige besluit moeten toetsen. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor volledige behandeling. Tevens worden de proceskosten vastgesteld en wordt bepaald dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor volledige beoordeling.