2.1.1. Ingevolge artikel 2, aanhef en eerste lid, aanhef en onder a, van de Schengengrenscode wordt in de Schengengrenscode onder "binnengrenzen" verstaan: de gemeenschappelijke landgrenzen, daaronder begrepen rivier- en meergrenzen, van de lidstaten.
Ingevolge artikel 2, aanhef en tweede lid, wordt in de Schengengrenscode onder "buitengrenzen" verstaan: de landgrenzen, met inbegrip van de rivier- en meergrenzen, de zeegrenzen, alsmede de lucht , rivier-, zee- en meerhavens van de lidstaten, voor zover zij geen binnengrenzen zijn.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, voor zover thans van belang, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden voor een verblijf van ten hoogste drie maanden per periode van zes maanden:
a. in het bezit zijn van één of meer geldige reisdocumenten of documenten die recht geven op grensoverschrijding;
c. het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden kunnen staven, alsmede beschikken over voldoende middelen van bestaan, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van herkomst of voor de doorreis naar een derde land, waar de toegang is gewaarborgd, dan wel in staat zijn deze middelen rechtmatig te verwerven;
e. niet worden beschouwd als een bedreiging van de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van één van de lidstaten, en met name niet om dezelfde redenen met het oog op weigering van toegang gesignaleerd staan in de nationale databanken van de lidstaten.
Ingevolge artikel 5, vierde lid, aanhef en onder a, wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdanen van derde landen die niet aan alle in het eerste lid bedoelde voorwaarden voor binnenkomst voldoen, maar houder zijn van een door een lidstaat afgegeven verblijfstitel of terugkeervisum, dan wel, indien dit vereist is, van deze beide documenten, toegang met het oog op doorreis tot het grondgebied van de overige lidstaten verleend, zodat zij het grondgebied van de lidstaat kunnen bereiken die hun de verblijfstitel of het terugkeervisum heeft verstrekt, tenzij zij op de nationale signaleringslijst staan van de lidstaat waarvan zij de buitengrenzen willen overschrijden, met vermelding van de te nemen maatregelen die de binnenkomst of doorreis verhinderen.
Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de SUO mogen vreemdelingen die houder zijn van een geldige, door één der Overeenkomstsluitende Partijen afgegeven verblijfstitel, zich gedurende een periode van ten hoogste drie maanden op grond van deze titel en van een geldig reisdocument vrij verplaatsen op het grondgebied van de overige Overeenkomstsluitende Partijen, voor zover zij voldoen aan de in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, c en e, bedoelde voorwaarden voor binnenkomst, en niet gesignaleerd staan op de nationale signaleringslijst van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij.
Ingevolge artikel 39, eerste lid, van de Schengengrenscode worden de artikelen 2 tot en met 8 van de SUO ingetrokken.
Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, moeten verwijzingen naar de ingetrokken artikelen worden beschouwd als verwijzingen naar de Schengengrenscode.