Uitspraak
200708379/1), is uitgangspunt van het in de bijlage bij het Besluit opgenomen forfaitaire vergoedingsstelsel en van de jurisprudentie dat voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand kosten in rekening worden gebracht. In dit geval bestaat geen aanleiding om aan dit uitgangspunt afbreuk te doen. Anders dan in de door de minister aangehaalde uitspraak het geval was, brengt de door [wederpartijen] ingeschakelde rechtsbijstandverlener in het geval van een procedure die tot succes leidt, zoals in deze gevallen, aan zijn cliënt een bedrag in rekening. Dat de rechtsbijstandverlener de hoogte van dit bedrag gelijkstelt aan het bedrag van een eventuele proceskostenvergoeding, staat aan toekenning van een proceskostenvergoeding niet in de weg. Gezien het forfaitaire stelsel is voorts de hoogte van de werkelijk in rekening gebrachte kosten voor de beantwoording van de vraag of een tegemoetkoming in de gemaakte proceskosten moet worden toegekend, niet relevant. Terecht heeft de rechtbank dan ook geoordeeld dat [wederpartijen] in de bezwaarfasen proceskosten hebben gemaakt die voor vergoeding door het bestuursorgaan in aanmerking komen.