Uitspraak
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was om de overtreding te voorkomen heeft gedaan. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200509111/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van iedere werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet worden nageleefd. In de bij het boeterapport behorende verklaring van [appellant] staat dat hij heeft afgesproken dat [onderaannemer a] twee echte lijmers zou sturen met eigen gereedschap en steigers, dat hij geen afspraken heeft gemaakt over in welke hoedanigheid de lijmers aan het werk zouden gaan en dat hij aan [onderaannemer a] heeft gevraagd of alles in orde was, waarop hem is verzekerd dat alle papieren en inschrijvingen van de vreemdelingen in orde waren. Nu [appellant] zelf op geen enkele wijze actie heeft ondernomen om te controleren wie de werkzaamheden op de bouwlocatie verrichtten, heeft hij niet voldaan aan zijn verplichtingen als werkgever in de zin van de Wav en bestaat geen grond voor het oordeel dat sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid, dan wel van een tot matiging van de opgelegde boete nopende verminderde verwijtbaarheid.