ECLI:NL:RVS:2009:BK5473
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden
De vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie had haar aanvraag afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden sinds een eerdere afwijzing in 2007.
De vreemdeling stelde dat de situatie van vrouwen in de DRC is verslechterd en dat zij bijzondere feiten en omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. De Raad van State overwoog dat uit de ambtsberichten van 2007 en 2008 blijkt dat de positie van vrouwen in de DRC ondergeschikt is en dat seksueel geweld epidemische vormen heeft aangenomen, maar dat dit geen aanwijzing is voor een verslechtering ten opzichte van de eerdere periode.
Ook verwees de Raad naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarbij het persoonlijke risico van de vreemdeling centraal staat. De aangevoerde informatie voldeed niet aan de criteria voor bijzondere feiten en omstandigheden die een hernieuwde toetsing mogelijk maken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.