Uitspraak
200202248/1), worden beoordeeld aan de hand van het antwoord op de vraag of ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in ongunstige zin zou veranderen. Daarbij is van belang of concrete beleidsvoornemens bestonden die openbaar zijn gemaakt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich in navolging van de SAOZ op het standpunt heeft mogen stellen dat de realisering van de nieuwe woonwijk ten tijde van de aankoop van de woning voor [appellant] kenbaar was uit de op 2 juli 1992 door de raad vastgestelde structuurvisie "Uithoorn 2015", waarin de huidige locatie Legmeer-West, aangeduid als 'Noorddam', wordt genoemd als uitbreidingslocatie voor woningbouw. Op de bij de structuurvisie behorende plankaart wordt de locatie ook als zodanig aangeduid. De rechtbank heeft voorts terecht en op goede gronden overwogen dat, nu de realisatie van de nieuwe woonwijk op grond van deze structuurvisie voorzienbaar was, dat ook gold voor het fietspad ter ontsluiting van deze woonwijk.