ECLI:NL:RVS:2010:BL4151
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens ontbreken arbeidsverhouding bij Poolse werknemers
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam mat deze boete tot €14.400 en verklaarde het beroep van appellant gegrond. Zowel appellant als de minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de Poolse vreemdelingen geen arbeid in de zin van artikel 45 VWEU Pro verrichtten, omdat zij geen vergoeding ontvingen en er geen sprake was van een arbeidsverhouding met gezag en tegenprestatie. Hierdoor kon appellant niet als werkgever worden aangemerkt en was er geen overtreding van de Wav.
De Raad vernietigde de uitspraak voor zover de boete werd vastgesteld, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en verklaart het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
De zaak illustreert de toepassing van Europese vrij verkeer van werknemers-regels en de noodzaak van een daadwerkelijke arbeidsverhouding voor boeteoplegging op grond van de Wav.
Uitkomst: De boete van €14.400 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een arbeidsverhouding en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.