Uitspraak
200604884/1) is evenmin van belang of de arbeid tegen beloning plaatsvindt, aangezien de Wav geen onderscheid maakt tussen betaalde en onbetaalde arbeid.
200700303/1) doen de aard, omvang en duur van de arbeid voor de vraag of sprake is van werkgeverschap in de zin van de Wav niet ter zake.
200702053/1.
200805807/1/V6) is het feitelijk laten verrichten van arbeid van doorslaggevend belang. Daar komt bij dat het uitladen van dozen in de normale bedrijfsuitoefening van [vreemdeling] past.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200705985/1) had het bevoegde orgaan, de CWI, in het kader van deze aanvraag kunnen beoordelen of voor de tewerkstelling van de vreemdeling prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Nu deze beoordeling door de CWI niet heeft plaatsgevonden, is niet vastgesteld dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. De enkele stelling van [vreemdeling] dat dit laatste het geval is, is onvoldoende. Daarbij komt dat [vreemdeling] heeft verklaard geen tewerkstellingsvergunning te hebben aangevraagd omdat hij wist dat die niet zou worden verleend omdat de vreemdeling niet over een zogenoemd W-document beschikte. Er bestaat onder deze omstandigheden geen grond voor het oordeel dat sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid dan wel van een tot matiging van de opgelegde boete nopende, verminderde mate van verwijtbaarheid. Dat [vreemdeling] over een brief van de behandelend arts van de vreemdeling beschikt waarin staat dat het voor de vreemdeling heilzaam is om een nuttige dagbesteding te hebben, kan ook niet tot een verminderde mate van verwijtbaarheid leiden, omdat deze brief [vreemdeling] niet ontslaat van zijn verplichtingen als werkgever in de zin van de Wav.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.