ECLI:NL:RVS:2010:BN2627
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste uitleg begrip 'aangetroffen persoon' in minimumloonwet
Appellante kreeg een boete van €40.200 opgelegd wegens het niet kunnen overleggen van schriftelijke bescheiden van werknemers die op haar terrein werkten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'aangetroffen persoon' in artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De minister stelde dat werknemers die in het bedrijf van een derde werkgever werkten, toch onder appellante vielen als werkgever. De Afdeling oordeelde echter dat dit begrip beperkt moet worden uitgelegd en dat alleen personen die fysiek in de onderneming van appellante werken hieronder vallen.
Omdat de werknemers in kwestie fysiek in het bedrijf van een andere werkgever waren aangetroffen, was het opleggen van de boete onterecht. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Boetebesluit tegen appellante wegens niet overleggen bescheiden wordt vernietigd en herroepen.