ECLI:NL:RVS:2010:BN4820
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beoordelingsvrijheid staatssecretaris bij categoriale bescherming Afghaanse asielzoekers
De zaak betreft een vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft aangevraagd. De staatssecretaris heeft dit verzoek op 10 maart 2009 afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het voeren van een categoriale beschermingsbeleid, waarbij het beleid van omringende EU-landen doorslaggevende betekenis kan krijgen. De staatssecretaris hoeft niet gespecificeerd te motiveren welk gewicht hij aan de verschillende indicatoren uit artikel 3.106 van het Vreemdelingenbesluit 2000 toekent.
De Afdeling stelt vast dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het besluit van 10 maart 2009 onzorgvuldig tot stand is gekomen en een kenbare motivering ontbeert. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd. Het beroep tegen het besluit van 10 maart 2009 wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 maart 2009 wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.