ECLI:NL:RVS:2013:1619
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning Afghanistan
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister de authenticiteit van een dreigbrief had moeten onderzoeken. De Afdeling stelde dat de minister in redelijkheid het asielrelaas ongeloofwaardig mocht achten vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijke gedragingen van de vreemdeling.
Verder faalden de beroepsgronden over de veiligheidssituatie in Afghanistan, het ontbreken van klemmende humanitaire redenen en het ontbreken van een categoriaal beschermingsbeleid. Ook werd geoordeeld dat de belangen van de minderjarige vreemdeling voldoende waren betrokken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit van de minister werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bekrachtigd.