ECLI:NL:RVS:2010:BN9200
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling puntensysteem voor Turkse zelfstandigen in strijd met standstill-bepaling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beleid rond het puntensysteem voor Turkse zelfstandigen aan de kaak stelde. Dit puntensysteem, ingevoerd met beleidsregels vanaf 4 januari 2008, stelt strengere eisen aan Turkse vreemdelingen die een verblijfsvergunning als zelfstandige aanvragen, gericht op hooggekwalificeerde kennismigranten die van waarde zijn voor de Nederlandse kenniseconomie.
De Raad van State overweegt dat de standstill-bepaling in artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol vereist dat Turkse vreemdelingen worden beoordeeld op basis van het destijds geldende criterium wezenlijk Nederlands belang, zonder nieuwe beperkingen. Het nieuwe puntensysteem introduceert echter voorwaarden die op 1 januari 1973 niet bestonden, zoals een negatief advies van de minister van Economische Zaken dat altijd wordt gevolgd, wat het voor bepaalde Turkse zelfstandigen moeilijker maakt om toegelaten te worden.
De staatssecretaris stelde dat het criterium wezenlijk Nederlands belang per definitie afhankelijk is van de economische situatie en dat het beleid slechts een invulling daarvan is. De Raad van State verwierp dit standpunt, omdat hier sprake is van een beleidswijziging met nieuwe beperkende voorwaarden, niet slechts een gewijzigde feitelijke situatie.
Daarom is het beleid in strijd met de standstill-bepaling en is het beroep van de staatssecretaris ongegrond verklaard. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het heffen van griffierecht.
Uitkomst: Het puntensysteem voor Turkse zelfstandigen is in strijd met de standstill-bepaling en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.