Uitspraak
200407569/1, terecht overwogen dat de duur van de sluiting primair moet worden bepaald door de ernst van de overlast en, in samenhang daarmee, de verwachting omtrent de tijd die nodig zal zijn om in het geval van drugsoverlast de loop van de klanten naar het pand eruit te halen en vervolgens een situatie te bereiken waarin de sluiting van het pand kan worden opgeheven zonder een te groot risico voor terugkeer van de overlast. Hierbij komt de burgemeester, gelet op de discretionaire aard van de in artikel 174a van de Gemeentewet neergelegde sluitingsbevoegdheid, een ruime mate van beoordelingsvrijheid toe.
200501988/1). Hieruit volgt dat, hoewel uitoefening van de sluitingsbevoegdheid en kostenverhaal als regel samengaan, het de burgemeester bij wijze van uitzondering vrij staat een besluit tot sluiting te nemen waarbij de kosten van het effectueren van die sluiting niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene komen. De burgemeester dient in dit kader alle betrokken belangen af te wegen. Voor het maken van een uitzondering kan aanleiding bestaan indien kan worden geoordeeld dat de aangeschrevene geen verwijt valt te maken ten aanzien van de ontstane situatie en indien bij het ongedaan maken van die situatie het algemeen belang in die mate is betrokken, dat moet worden geoordeeld dat de kosten in redelijkheid niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene zouden moeten komen. Ook andere bijzondere omstandigheden kunnen de burgemeester nopen tot het geheel of gedeeltelijk afzien van het kostenverhaal.