ECLI:NL:RVS:2010:BO0685
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verstrekkingen minderjarige vreemdelingen buiten reikwijdte Rvb
De vreemdelingen hadden bij het COa een aanvraag ingediend om verstrekkingen te verkrijgen op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Het COa wees deze aanvragen af omdat de vreemdelingen niet vielen onder de categorieën die rechtmatig verblijf vereisen zoals bepaald in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond en bevestigde dat het COa geen zorgplicht heeft jegens minderjarige vreemdelingen die buiten de reikwijdte van de Rvb vallen.
De vreemdelingen stelden dat het weigeren van verstrekkingen in strijd was met internationale verdragsbepalingen, waaronder het IVRK, EVRM en het Europees Sociaal Handvest. De Raad van State overwoog dat deze verdragsartikelen niet rechtstreeks toepasbaar zijn door de rechter en dat het COa niet bevoegd is om verstrekkingen te verlenen aan vreemdelingen die niet voldoen aan de voorwaarden van de Rvb.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 oktober 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van verstrekkingen aan minderjarige vreemdelingen buiten de reikwijdte van de Rvb wordt bevestigd.