ECLI:NL:RVS:2011:BQ2606
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring bij vermeende ontwijking terugkeerprocedure
De vreemdeling is op 15 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste woon- of verblijfplaats en geen middelen van bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat tot 24 december 2010 de richtlijn 2008/115/EG nog niet volledig geïmplementeerd hoefde te worden meegenomen. Voor die periode was de inbewaringstelling rechtmatig vanwege het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. Na deze datum geldt dat bewaring alleen mag worden opgelegd indien de vreemdeling de terugkeer of verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert.
De minister had toegelicht dat de vreemdeling eerder de gelegenheid had gekregen Nederland te verlaten, maar dit niet heeft gedaan. Diverse feiten, zoals het missen van vluchten en het niet voldoen aan meldingsverplichtingen, ondersteunen dit. De Raad van State concludeerde dat de bewaring terecht is opgelegd en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt bevestigd omdat de vreemdeling de terugkeerprocedure ontwijkt.