ECLI:NL:RVS:2011:BR0154
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit vreemdeling met geldige verblijfsvergunning Spanje
De vreemdeling, houder van een geldige Spaanse verblijfsvergunning en een origineel Algerijns paspoort, werd op 18 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en tegen dit besluit werd beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 6, tweede lid, van Richtlijn 2008/115/EG, waarin staat dat een vreemdeling met een geldige verblijfsvergunning van een andere lidstaat een bevel moet krijgen zich onmiddellijk naar die lidstaat te begeven. De vreemdeling stelde dat hij dit bevel had moeten krijgen omdat hij rechtmatig in Spanje verbleef en zijn identiteit en nationaliteit vaststonden.
De rechtbank had echter geoordeeld dat de minister niet verplicht was dit bevel te geven, mede omdat niet vaststond dat de Spaanse autoriteiten de toegang zouden weigeren. De Raad van State bevestigde deze overweging en oordeelde dat de rechtbank terecht de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet ter beoordeling had gesteld, omdat dit in de daarvoor bestemde procedure niet onrechtmatig was bevonden.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 29 juni 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het terugkeerbesluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af.