ECLI:NL:RVS:2011:BR1257
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegang tot rechter gewaarborgd ondanks niet-betaling griffierecht door gedetineerde vreemdeling
De vreemdeling verblijft sinds december 2007 in de extra beveiligde inrichting te Vught en beschikt niet over eigen vermogen of andere inkomsten dan het lage uurloon dat hij verdient met arbeid binnen de inrichting.
De vreemdeling was veroordeeld tot betaling van griffierecht voor het instellen van hoger beroep tegen een besluit tot beëindiging van zijn verblijfsrecht, maar kon dit bedrag niet voldoen vanwege zijn financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht.
De Raad van State oordeelt dat de verplichting tot betaling van het griffierecht in deze omstandigheden een wezenlijke inbreuk vormt op het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Omdat het besluit ambtshalve door de minister is genomen en belastend is voor de vreemdeling, mag het griffierecht niet leiden tot een blokkade van de procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling zonder dat betaling van griffierecht vereist is.