ECLI:NL:RVS:2011:BT8374
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feit bij afwijzing verblijfsvergunning asiel en onjuiste beoordeling uitzettingssituatie
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 8 februari 2011 werd afgewezen. De rechtbank had deze afwijzing vernietigd omdat zij de onveilige situatie in Mogadishu bij de beoordeling had betrokken.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangetoond die het eerdere besluit kunnen wijzigen. De verklaring van een Somalische vereniging en een internetbericht zijn niet voldoende onderbouwd om als nieuw feit te gelden.
Verder stelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte de wijze van mogelijke uitzetting naar Mogadishu heeft betrokken bij haar beoordeling, aangezien uitzetting pas aan de orde komt als de vreemdeling niet vrijwillig vertrekt. De onzekerheid over de uitvoering van uitzetting maakt geen onderdeel uit van de toetsing van het asielbesluit.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit van 8 februari 2011 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft gehandhaafd.