ECLI:NL:RVS:2011:BU3743
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bezwaar mestbassin
Het college van burgemeester en wethouders van Middelharnis legde appellant een last onder dwangsom op om betonplaten en een mestbassin te verwijderen wegens het ontbreken van een aanlegvergunning. Appellant maakte bezwaar tegen deze last en tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en matigde de proceskostenvergoeding tot €218,50.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat het college ten onrechte had gematigd en dat het bezwaar tegen de last niet voldoende was meegewogen. De Raad oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat geen concreet zicht op legalisering bestond. Wel was de matiging van de proceskostenvergoeding onterecht, omdat het college beide lasten op dezelfde overtreding baseerde en de dwangsom niet was verlaagd.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak over de proceskostenvergoeding, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van €322,00 voor bezwaar en €1748,00 voor beroep en hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het griffierecht van €377,00. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot volledige vergoeding van de proceskosten.