Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de heffing van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof onder meer de uitleg van het Unierecht, schending van het verdedigingsbeginsel, hoorplicht, de heffingsmodaliteit van BPM, waardevermindering van auto’s, rentevergoeding over griffierecht, en de proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde dat nationale rechters het Unierecht mogen toepassen en dat het verdedigingsbeginsel en de hoorplicht niet waren geschonden. De heffing van BPM via vooruitbetaling op aangifte is niet in strijd met het Unierecht. De waardevermindering door schade werd niet hoger vastgesteld dan 72% van de herstelkosten. Interne compensatie per auto is toegestaan en de ex-rental waardebepaling faalde wegens onvoldoende onderbouwing. De rentevergoeding over het griffierecht werd beperkt tot de wettelijke rente vanaf vier weken na uitspraak.
De proceskostenvergoeding werd door het hof verhoogd naar het juiste tarief per punt, maar deels gematigd vanwege grievende taal in het hogerberoepschrift. De totale vergoeding werd vastgesteld op €1.047. Het hoger beroep werd verder ongegrond verklaard. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht met rente en tot betaling van proceskosten.