ECLI:NL:RVS:2013:BZ7562
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen voor illegale bouwwerken op agrarisch perceel
Het college legde op 6 april 2011 een last onder dwangsom op aan appellant om een olietank en een ombouw met speelhuisje op zijn perceel te verwijderen, omdat deze zonder omgevingsvergunning waren opgericht en in strijd waren met het bestemmingsplan "Agrarisch met waarden - AW -".
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een zienswijzefase voorafgaand aan het besluit, het bestaan van concreet zicht op legalisering, bijzondere omstandigheden die handhaving zouden moeten voorkomen, en vermeende persoonlijke rancune van het college. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel.
De Afdeling oordeelt dat appellant weliswaar niet vooraf zijn zienswijze kon geven, maar dat hij wel schriftelijk en mondeling zijn bezwaren heeft ingebracht in de bezwaarfase, waardoor geen belangen zijn geschaad. Verder is vastgesteld dat de bouwwerken niet ten dienste staan van de agrarische bestemming en dat er geen concreet zicht op legalisering bestaat. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die handhaving rechtvaardigen, en is het college bevoegd tot invordering van de verbeurde dwangsommen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit en de invordering van dwangsommen bevestigd.