ECLI:NL:RVS:2012:BW4354
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeer en toetsing opvolgende asielaanvragen na eerdere afwijzing
De vreemdelingen hadden na een eerdere afwijzing van hun asielaanvragen gesteld dat zij waren teruggekeerd naar Egypte en daar werden bedreigd, waarna zij opnieuw asiel aanvroegen. Ter onderbouwing overlegden zij diverse documenten, waaronder identiteitskaarten, medische verklaringen, huurovereenkomsten en vervoersbewijzen.
De voorzieningenrechter had niet ambtshalve beoordeeld of deze documenten voldoende waren om de terugkeer aan te tonen. De Raad van State oordeelde dat de documenten onvoldoende bewijs leverden voor daadwerkelijke terugkeer, omdat onder meer huurovereenkomsten niet objectief waren, telefoonabonnementen niet duidelijk aan hen gekoppeld konden worden en vluchtbewijzen niet bewezen dat de vlucht daadwerkelijk was genomen.
De Raad van State bevestigde dat opvolgende aanvragen na eerdere afwijzing slechts als eerste aanvragen getoetst kunnen worden indien de vreemdelingen aantonen dat zij daadwerkelijk zijn teruggekeerd naar het land van herkomst. Omdat dit niet was aangetoond, was er geen plaats voor toetsing van de nieuwe aanvragen op andere gronden dan bij de eerdere afwijzing.
De hoger beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen omdat de vreemdelingen hun terugkeer naar het land van herkomst niet hebben aangetoond.