ECLI:NL:RVS:2013:2543
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring en ongegrondverklaring beroep op afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende twee aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waarvan de tweede aanvraag op 27 augustus 2012 werd afgewezen door de minister. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De Afdeling overwoog dat bij een tweede besluit van gelijke strekking als een eerder afwijzend besluit, toetsing door de bestuursrechter alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling. De vreemdeling stelde dat zij na de eerste afwijzing was teruggekeerd naar Burundi en daar politieke problemen had ondervonden, maar kon dit niet met documenten aantonen.
Daarom oordeelde de Afdeling dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard na vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring.